Hoe de TU/e samenwerkt en kennis deelt - o.a. met Coöperatie Slimmer Leven

Door: Charel Klerkx op 11-04-2018

 

In het vorige artikel omschreven we wat de TU/e aan Eindhoven toevoegt. Een van de dingen die daarin opviel, is dat de universiteit veel samenwerkt met andere partijen, om zo het ecosysteem van Brainport Eindhoven te versterken. Dat doet de universiteit niet alleen met grote partijen zoals ASML en Philips, maar juist ook met het mkb. Om de band met het mkb aan te halen en het gemakkelijker te maken om als ondernemer naar de universiteit toe te gaan, zijn er verschillende projecten opgestart waarin kennis wordt gedeeld en samenwerkingen worden gestimuleerd. Robert Al, Hoofd Business Development TU/e Innovation Lab vertelt meer over deze projecten.

 

De Vragenbank

“We hebben een project dat SURE Innovation heet, dat kun je vergelijken met een soort uitzendbureau voor studenten, waarbij de student  een studie gerelateerde bijbaan krijgt in het bedrijfsleven.Als een mkb’er ergens tegenaan loopt, dan kunnen ze bij ons aankloppen om studenten in te huren voor het oplossen van hun innovatievraagstuk. Daarmee kunnen ze ook direct terugvallen op de hoogleraar, die op de achtergrond meekijkt en –denkt, de vele faciliteiten en het brede kennisnetwerk van de universiteit. Juist voor de mkb’er is naar de universiteit stappen voor hulp meestal een brug te ver. Voor ons is SURE Innovation een manier om laagdrempelig het mkb bij de universiteit te betrekken.” Maar voor de TU/e is dit nog niet genoeg. Om het nog gemakkelijker te maken om als mkb’er bij de universiteit aan te kloppen, is De Vragenbank opgericht. Ondernemers en bedrijven die een vraag hebben kunnen deze geheel kosteloos De Vragenbank stellen. Vervolgens pakken twee studenten de vraag op, en is er binnen twee dagen een eerste antwoord. Op basis van het antwoord kan vervolgens een opdracht worden gemaakt, waarna SURE Innovation het overneemt. “We hebben het model het afgelopen jaar met succes getest met een ondernemersorganisatie en haar leden. Na een aantal zaken te hebben aangepast zijn we nu klaar om te schalen naar andere branches. Onze studenten zijn er klaar voor. Ondernemers kunnen zonder enige gêne bij de universiteit aankloppen en krijgen gegarandeerd goede antwoorden van talenten van de toekomst gebaseerd op de laatste technieken en wetenschap. In de pilotfase heeft dit al mooie successenen vervolgprojecten opgeleverd.”

 

Health Tech Yard

Het project Health Tech Yard is een samenwerking van de TU/e met onder andere de GGzE en Slimmer Leven 2020.Het doel van dit project is om samenwerkingen tussen ondernemers die bezig zijn met de technische gezondheidszorg, te verbeteren en te stimuleren. “We richten ons op ondernemers, of dat nou studenten, onderzoekers of mkb’ers zijn, of ze nu een app maken of een slimme wandelstok.”
Ondernemers kunnen tegen allerlei problemen oplopen bij het werken aan technische projecten en daar wil de universiteit graag bij helpen. “Ondernemers hebben de juiste partijen nodig om mee samen te werken. De Health Tech Yard is echt een matchmakingsproject, waar we kennis en expertise delen met elkaar.” Een voorbeeld daarvan is de TU/e start-up JimFit. JimFit maakt een slimme kniebrace met bewegingssensoren die meet of je oefeningen van de fysiotherapeut op de juiste manier uitvoert. “Deze start-up heeft een doelgroep nodig waarop ze het product kunnen testen. Die doelgroep is: mensen die last hebben van hun knieën. De GGzE en Slimmer Leven 2020 hebben een netwerk van partijen die in contact staan met deze doelgroep. Binnen de kortste keren worden er testjes gedaan. Wij doen dit project omdat wij voor onze studenten de expertise van andere partijen belangrijk vinden. Maar het is ook geven en nemen, we weten dat er ook andere partijen zijn die behoefte hebben aan samenwerken met studenten of onderzoekers. Dat kunnen wij dan weer bieden. De enige voorwaarde daarbij is dat je een samenwerking aangaat en niet als een soloartiest aan de gang gaat. Op die manier wordt je als ondernemer gedwongen om buiten je eigen domein te stappen en niet alles zelf te doen.”
Het project is nu anderhalf jaar geleden opgestart en verloopt volgens Al erg goed, er zijn al verschillende partijen mee geholpen. “Een voorbeeld daarvan is een blinde student van de Design Academy, die een apparaatje had bedacht waarmee hij emoties kon herkennen van andere mensen. Hij is nu samen met studenten van de TU/e bezig om dat verder te ontwikkelen. Dat is precies wat we met dit project willen bereiken.”

 

Atlas

Een ander project waar de universiteit nu mee bezig is, is Atlas. Het nieuwe hoofdgebouw van de TU/e moet het meest duurzame onderwijsgebouw ter wereld worden. Maar naast een onderwijsgebouw, wordt Atlas ook een living lab. “Dat betekent dat wij het gebouw met allerlei technische snufjes volhangen, variërend van de bijzondere beglazing aan de buitenkant, tot aan de slimme verlichting binnenin het gebouw.” Het nieuwe hoofdgebouw van de universiteit wordt daarmee een plek waar enorm veel data wordt verzameld, “die stellen we ook open voor derden. We hebben een doelstelling om in dit project een aantal duurzaamheidinnovaties te adopteren. We hadden laatst een student die met een nieuw soort indoor positioning systeem bezig is. Het kan maar zo zijn dat we dat hij dat systeem op een grote schaal kan gaan testen in Atlas.” Door het gebouw open te stellen voor dit soort initiatieven, kunnen studenten, maar ook ondernemers van buiten de universiteit, bewijslast genereren voor de werking hun product. Om producten of ideeën op zo’n grote schaal te kunnen testen is volgens Al een unieke kans voor ondernemers.

 

Alles gericht op het ecosysteem

Deze projecten draaien allemaal om samenwerken en het versterken van het ecosysteem van Brainport Eindhoven, door verschillende partijen met elkaar kennis te laten maken en te voorzien van academische kennis. Het doel van de universiteit bij deze projecten is simpel volgens Al: “Wij willen als TU/e een essentieel onderdeel zijn van het ecosysteem, want we zijn er voor elkaar. En TU/e Innovation Lab is daarbij de schakel tussen wetenschap en bedrijfsleven.”

 

Dit artikel is geschreven door Frans van Beveren en verscheen eerder op E52.nl

Reactie toevoegen