Brainport maakt zich op voor uitdagingen in gezondheidszorg

Door: Charel Klerkx op 07-04-2017

Dit artikel verscheen eerder in de special van Goeie Zaken over de TU/e: 'Where Science Meets Business'

​Brainport maakt zich op voor uitdagingen in gezondheidszorg

Slimme toepassingen in zorg, wonen en welzijn, zodat mensen langer actief meedoen in de samenleving 

Nederland vergrijst bij een toenemend aantal chronisch zieken (fysiek en mentaal), het aantal kwetsbare mensen neemt toe en het aantal werkende mensen krimpt. De cumulatieve zorgkosten blijven stijgen en langdurig ziekteverzuim wordt vooral veroorzaakt door psychische aandoeningen. Deze ontwikkelingen drukken steeds zwaarder op onze samenleving, zowel maatschappelijk als economisch. Om langer en actiever te leven, gezond ouder te worden, langer maatschappelijk te participeren en arbeidsuitval van medewerkers te reduceren, zijn schaalbare (ict-) innovaties waarbij de eindgebruiker in zijn dagelijks leven wordt ondersteund, onmisbaar. Hier zet het innovatienetwerk Slimmer Leven 2020 zich samen met haar partners volledig voor in.

Aan de vooravond van de valorisatiedag ‘Where Science Meets Business’, op de Technische Universiteit Eindhoven, werd er een rondetafelgesprek gehouden met enkele vertegenwoordigers van de deelnemende partijen aan de Coöperatie Slimmer Leven 2020. Willem-Jan Schampers sprak met Marieke van Beurden (project officer Care & Cure TU/e), Peter Portheine (programmadirecteur Smart City/Smart Health Brainport Development en directeur Slimmer Leven 2020), Marcel de Pender (projectmanager Slimmer Leven 2020) en Ger Post (lector/research professor Business Entrepreneurship Fontys Hogeschool).
 

Portheine: “Onlangs is de Brainport-regio uitgeroepen tot de derde mainport in Nederland. Een mooie benoeming, maar nu is het zaak die status invulling te geven. Samen met andere partijen in de regio wordt nu gekeken welke onderwerpen er op de nationale agenda moeten komen in Den Haag. We hebben in de Brainport-regio letterlijk iedereen nodig om mee te doen en mee te werken aan de verwezenlijking van onze ambities. Iedereen actief en inzetbaar.” Portheine vervolgt: ‘Samenwerking tussen alle partijen is dus cruciaal. Dankzij de expertise van de leden van de coöperatie, loopt de regio voorop waar het gaat om slimme toepassingen in zorg, wonen en welzijn.’ Binnen de coöperatie slaan zorgorganisaties, professionele netwerken, woningbouwcorporaties, zorgverzekeraars, bedrijven, kennisinstellingen, overheden én eindgebruikers hiervoor de handen ineen. ‘Dit ecosysteem van de Coöperatie Slimmer Leven is zeer waardevol en deze samenwerking vormt de drijvende kracht achter het behalen van onze doelstellingen.’

Inmiddels zijn zo’n zestig organisaties aangesloten bij de coöperatie. ‘We zijn met z’n allen initiatiefnemer van het Slimmer Leven-netwerk, gericht op toepassingen en thema’s rondom gezondheid’, zegt Portheine. ‘Die rol was voorheen binnen Brainport niet specifiek benoemd. In het verleden ging de meeste belangstelling uit naar de ‘agenda van geld’. Hoe kunnen we de economie van de regio vooruit helpen, hoe kunnen we zoveel mogelijk bedrijven hierheen krijgen, hoe kun je je bedrijf laten groeien, hoe kun je nieuwe bedrijven laten ontstaan en hoe kunnen we daarvoor het talent vinden? Uit deze regio of van elders. De samenleving kijkt echter naar meer dan alleen een groeiende economie.’

Zelfzorgend

Slimmer Leven 2020 beoogt de regie van burgers over hun eigen gezondheid te versterken, door de inzet van e-health-toepassingen die patiënten helpen meer zelfzorgend te worden in diverse (chronische) aandoeningen en gedragsverandering van zowel burgers als bij de zorgverleners stimuleren. Post: ‘Dit kan via internetplatforms, maar ook via mobiele apps, waarbij niet alleen een beter inzicht kan worden verkregen, maar mensen elkaar ook kunnen ondersteunen. Uiteindelijk doel is het komen tot succesvolle grootschalige invoering van e-health-toepassingen binnen de zorg en bij mensen thuis. De samenwerking binnen Brainport en Slimmer Leven én de kennisinstellingen onderling is daarbij heel belangrijk.’ Toen in 2012 de coöperatie werd opgericht, werd er volgens Van Beurden ook een samenwerkingsconvenant op het gebied van zorg tussen de drie verschillende onderwijsinstellingen (Summa College, Fontys Hogelschool en TUE, red.) getekend. ‘Doel was om rondom zorginnovatie intensiever te gaan samenwerken. Dit betekent dus dat als vanuit Fontys een project wordt opgezet, er ook TUE-studenten en Summa-leerlingen bij worden betrokken. Hieruit is ook de Slimmer Leven Challenge ontstaan. Een zorgcompetitie waarin studenten samenwerken om zorginnovaties te creëren en te implementeren. Dit jaar is het overkoepelende thema ‘het hart’ en wordt samen met de Hartstichting gezocht naar oplossingen voor problemen die voorkomen in de zorg voor hart- en vaatpatiënten.’

Kennisgebied

Portheine is van mening dat de Brainport-regio alle ingrediënten in huis heeft om voorop te lopen, als het gaat om het aanvliegen van de uitdagingen rondom gezondheid. ‘Het is echter wel de vraag of we alles in rijke mate in huis hebben. Een van de issues is natuurlijk de financiering voor startups. We zijn al jaren bezig om dit te versterken. Maar ik denk dat we op kennisgebied – van BigData tot Robotica – wel veel te bieden hebben. De Pender erkent dit en ziet een soort kanteling in de zorg. ‘Hoe gebruiken we ons netwerk voor maatschappelijke uitdagingen rondom een slimme wijk, energie, mobiliteit et cetera? Juist door die slimheid niet alleen in te zetten om geld te verdienen, maar ook om een maatschappelijke doelstelling te halen, worden alle initiatieven kansrijk.’ ‘Het zit mijns inziens niet alleen in kennis, maar ook in competenties. Het vermogen om partijen te betrekken bij één vraagstuk’, zegt Van Beurden. Volgens haar zorgt de combinatie van technische competenties en kennis enerzijds, en sociale innovatieve competenties anderzijds, er voor dat bepaalde producten gebruikt gaan worden én een kans van slagen hebben. ‘En dit is wel cruciaal, als je doorbraken wilt realiseren.’ Porteine heeft toch een enigszins kritische noot. Brainport staat immers bekend als een regio die heel veel IP genereert. Maar de weg van ondernemerschap naar economische opbrengst is lang. ‘We moeten dus niet alleen maar aandacht schenken aan de startups, maar ook aan de scale-ups, de al bestaande bedrijven die kunnen doorgroeien. Dus die uit de fase van experimenteren komen en klaar zijn voor een volgende stap. En er voor kunnen zorgen dat technische innovaties kunnen worden uitgerold over een gehele zorgorganisatie.’ Post herkent dit: ‘Een groep studenten vanuit de engineeringopleiding is al een tijdje bezig – samen met het Catharina Ziekenhuis – om een geautomatiseerde urinemeter te ontwikkelen. Dit is een proces dat nu drie keer per dag, handmatig, moet gebeuren in een ziekenhuis. Als ze een goede meter kunnen bouwen, zit daar zeker handel in. De uitdaging is echter om – als de technologie haar waarde bewijst in het werkveld – deze ook worldwide uit te rollen. En dan ligt er heel veel business te wachten!’ Vertrouwen in elkaars kennis en kunde is heel belangrijk. Er is een model te verzinnen, waarbij iedereen kan ‘winnen’, aldus Pender. ‘Alleen dit kunnen we niet vooraf al afkaarten met elkaar. We beginnen ergens aan en naarmate we meer zicht krijgen op de mogelijkheden en onmogelijkheden, moeten er afspraken worden gemaakt. Daarin is de Brainportregio heel sterk, zo is gebleken.’ Van Beurden valt hem bij: ‘We hebben heel lang geïnvesteerd hierin en durven als organisaties één algemeen doel te omarmen.’ De diverse partijen hebben gezamenlijk hun ambities uitgesproken, als het gaat om slim leven, slim wonen en slim zorgen. Van daaruit zijn allerlei initiatieven ontstaan en is nu het moment aangebroken dat er niet alleen op organisatieniveau een samenwerking ontstaat, maar ook op het gebied van technische infrastructuur. Van Beurden: ‘Alle data die we verzamelen, willen we – uiteraard met inachtneming van de privacy – van betekenis laten zijn door informatie over patiënten en inwoners op een relevante manier te delen en zo innovaties efficiënt in te zetten. Vertrouwen is dan heel essentieel.’

Overtuigen

De zorg is heel complex gefinancierd, daarover is iedereen het eens. Vaak worden allerlei onderdelen van zorgprocessen uit verschillende bronnen betaald. De ene keer is het de gemeente, de andere keer is het de verzekeraar. Soms is het uit een basisfinanciering van een ziekenhuis of wordt per interventie betaald. Portheine: ‘En dan zie je dat een verzekeraar zegt: ‘Het is wel leuk om alleen maar te investeren in het vroegtijdig uitvoeren van meer interventies bij oudere mensen, maar wij willen ook jongere klanten. Bovendien levert het pas over vijf jaar de eerste voordelen op. En wie zegt dat deze mensen dan nog bij ons zijn verzekerd?’. Het is dus niet evident om verzekeraars te overtuigen om toch te investeren in innovaties.’ De programmadirecteur van Smart City/Smart Health is dan ook van mening dat kennisinstellingen het voortouw moeten nemen bij de ontwikkeling van nieuwe technologieën op dit gebied. ‘We moeten het met z’n allen doen. Dus inclusief het bedrijfsleven en de overheid. Solistisch te werk gaan, is geen goed idee.’ Van Beurden is het hiermee eens: ‘Kennis krijgt pas echt waarde op het moment dat het is omgezet in een product of dienst, waar een burger of bedrijf iets aan heeft. Wij zijn goed in analyseren, maar het is wel zaak om al in een vroegtijdig stadium de markt er bij te betrekken. De vraag te formuleren en specifiek onderzoek te verrichten.’ En juiste daar ligt nog een uitdaging, oordeelt Post. ‘De R & D-opbrengst van deze regio is hoog, maar dit is met name te danken aan de private partijen. Als je kijkt naar de andere regio’s in Europa, dan mag deze regio nog best een boost krijgen als het gaat om publieke R & D. Er komt dus op termijn een serieuze claim richting Den Haag om publieke R & D op het gebied van Health te financieren. Nodig om straks niet achterop te raken.’ De Pender: ‘Het is daarbij de kunst om kansen te zien en ook op te volgen. Een mooi voorbeeld is de techniek om via een chemische reactie stroom te produceren. Een patent van de TUE. Vervolgens is er een slimme student geweest die er een modelautootje voor heeft gebouwd. En inmiddels zit hij met een heel onderzoeksteam bij VDL om een elektrische bus te laten rijden. De kennisinstellingen moeten dus dicht bij de markt zitten en elkaar scherp houden.’

 

Betrokkenheid

 

De rol van het bedrijfsleven is dus zeer belangrijk. Maar dit zijn niet alleen de multinationals. ‘Pakweg 98 procent van de bedrijven in Europa behoort tot het MKB en ruim de helft hiervan is druk met innovatie. Die moeten we zeker niet afschrijven’, benadrukt De Pender. ‘Juist de betrokkenheid van het midden- en kleinbedrijf, in dit soort proeftuinen en bij onderzoek, is superbelangrijk’, zegt Van Beurden. ‘Zij hebben niet de beschikking over grootschalige researchafdelingen en/of contracten en moeten op een andere manier aan hun kennis komen. Zij doen dit in samenwerking met collega’s of studententeams. Er zijn inmiddels goede voorbeelden, zoals het Solar Team Eindhoven die laten zien dat dit beter werkt. ’ Post vindt dat grote bedrijven over het algemeen vooral bezig zijn met lange termijnprojecten. Die zijn veel minder wendbaar dan MKB-bedrijven. ‘Dit is ook de reden dat multinationals vaak de samenwerking zoeken. Als we bijvoorbeeld de Healthcare-apps bekijken, komen die met name van startups. Dit zijn internationaal georiënteerde bedrijven, omdat de markt ‘global’ is, maar het zijn wel kleine bedrijven. Als ze zich verder ontwikkelen, hebben ze financiering nodig en dan komen ze alsnog bij de grotere partijen terecht. Maar de innovatie zelf ligt veelal bij kleine bedrijven.’ Samenwerking is ook het toverwoord bij de onderwijsinstellingen. De Pender: ‘Voor Summastudenten, die in deze beroepspraktijk gaan werken, is het zaak dat ze zich realiseren dat deze er over pakweg tien jaar heel anders uitziet. De techniekcomponent neemt hand over hand toe. Ze zullen er dus wel mee moeten kunnen werken, ondanks dat dit niet hun eerste ‘zorg’ is. De samenwerking met studenten van de TU/e en de Fontys Hogeschool is dus zeker van belang. Ze steken van elkaar wat op.’ Post: ‘De contacten met bedrijven, zorgconsumenten en zorginstellingen zijn voor studenten bijzonder waardevol. Daar leren ze veel meer van dan alleen maar uit boeken. Ook qua persoonlijkheid maken ze dus een slag. Met z’n allen moeten we er voor zorgen dat mensen langer gezond blijven en kunnen blijven participeren in de maatschappij. Dit kan met een stukje technologie, maar ook door mensen te wijzen op hun gedrag en gewoonten. Het menselijk aspect, met persoonlijke contacten, blijft te allen tijde relevant. De technologie is een aanvulling; geen vervanging.’

Bekijk hier het PDF-formaat van het artikel

Reactie toevoegen